
We schrijven de jaren zeventig van de vorige eeuw. Vanwege de net nieuwe Van Brienenoordbrug wil Rijkswaterstaat de bocht van de Esch afsnijden: dan kunnen de steeds grotere schepen er makkelijker langs. Een nieuw dijklichaam dat die afsnijding mogelijk moet maken is al gereed. De Eschpolder staat al op het schavot, de beul heft zijn zwaard, ‘alleen een wonder kan de Esch nog redden’, schrijven de kranten.
Maar buurtbewoners, boeren, politici, de wethouder, kunstenaars en de stadsschaapherder slaan de handen in één. De Aktiegroep Polder de Esch komt voor de polder op. In het Eschpolderrapport beschrijven ze nauwgezet hoe belangrijk deze rivierbocht is: voor de natuur, de cultuur, de gezondheid. Kortom: voor de hele stad. Ze voegen er bijlagen aan toe vol cultuurhistorische details en alle flora en fauna.
Ze keren zich tegen het ‘rücksichtslos afgraven’ van ‘laatste stuk, oorspronkelijk rivierlandschap dat Rotterdam heeft’.
En pleiten hartstochtelijk vóór het behoud van dit ‘groeneiland in een woestijn van grauwe stedelijke expansie’.
Veertig getypte velletjes bevat het rapport van Aktiegroep Polder de Esch. Er schreven specialisten aan mee, zoals een bioloog, een kunsthistoricus en een waterbouwkundige. Het rapport getuigt van een diepe liefde voor het landschap en een grote afkeer van de ‘formeel-juridische’ overheid met haar ‘zeer beperkt demokratie-begrip’.

De eind conclusie staat als een huis. De bochtafsnijding was niet nodig en zou eeuwig zonde zijn. En kwam er dus ook niet. Het dijklichaam dat de afsnijding mogelijk zou maken, ligt nog altijd op zijn plek: het is een monument voor een polder die de sterkste stormen overleeft. Het Eschrapport is een nog steeds actuele ode. We publiceren het hier daarom integraal, ter inspiratie van nieuwe generaties.