Het plan voor een grote auto- en trambrug door de Eschpolder zal weinig Rotterdammers zijn ontgaan. Inmiddels blijkt zo’n brug schadelijker dan eerder gedacht voor zowel natuur, woongenot als portemonnee. Het definitieve besluit is onlangs uitgesteld naar 2029. Nu de weerstand toeneemt – en de kans bestaat dat het project afketst – moet Rotterdam een plan B te hebben, anders dreigt een verkeersinfarct. Een stadstunnel is betaalbaar, snel klaar én heeft breed draagvlak. Vrienden van de Esch zet alle argumenten op een rij.
Tekst en foto’s: Vrienden van de Esch
Waar vind je het oudste landschap van Rotterdam met uitzicht op het allernieuwste? Waar kun je ijsvogels, orchideeën en trainende mariniers spotten – dit alles met uitzicht op de skyline? In de Eschpolder natuurlijk: in de bocht van de Nieuwe Maas bij de Van Brienenoordbrug. Daar ligt een verwilderd moerasbos naast een dertiende eeuws boerenlandschap. Behalve een zeldzame tijdscapsule is de polder al een halve eeuw officieel beschermd natuurgebied. De zwemstrandjes zijn een begrip bij generaties. En steeds meer Rotterdammers weten de oase te vinden. Vanuit de lucht lijkt het ons Central Park, alleen ruiger en middeleeuws.

De toegenomen populariteit – bij hardlopers, vogelaars, strandgasten, hondenliefhebbers – heeft ironisch genoeg te maken met een plan om een grote brug voor auto’s en trams door het natuurgebied te bouwen. Rotterdam dreigt dit bijna heilige middeleeuwse landschap in die 2500 jaar oude rivierbocht weg te gooien.
Het goede nieuws: dat plan is nog slechts een concept. Het huidige college heeft een zogeheten ‘voorkeursbeslissing’ genomen. Momenteel loopt er een onderzoeksfase (‘kan dit technisch wel, zo ja, hoe?’). Pas over drie jaar, in 2029 is het echte go or no go-moment.
De kans groeit dat het een no go wordt. ‘Omstreden stadsbrug in Rotterdam wordt serieus hoofdpijndossier’, kopte vakblad voor de bouwsector Cobouw maart 2026 naar aanleiding van de onderzoek in samenwerking met VersBeton. ‘Er zijn hardnekkige twijfels zijn hardnekkige twijfels of die brug wel haalbaar is.’
Dat zou je niet denken, gezien de enthousiaste communicatie rondom het brugplan. Maar het project is nog niet van start, of het is al vertraagd: onderdeel tijd ‘kleurt rood’, aldus de laatste voortgangsrapportage. Ook het budget is een groeiend probleem: men houdt nu al rekening met een kostenoverschrijding tot 40 procent. Dat is een half miljard euro méér dan begroot. De totale projectkosten zijn dan twee miljard. Wie die extra euro’s moet ophoesten is in nevelen gehuld.
Er blijkt uit datzelfde onderzoek: er zijn géén afspraken te zijn gemaakt waar het geld vandaan moet komen als de brug duurder uitpakt. Binnen budget blijven kan dan eigenlijk alleen nog door de brug ernstig te versoberen. Dan heb je een betonnen viaduct. Dan is alle glans verdwenen van de ‘Karremansbrug’.
Ook dreigt er om nautische redenen meer natuur te verdwijnen dan was beloofd. Dit is één van de drie denkrichtingen, waarbij zelfs de gehele ijsvogelplas wordt weggebaggerd. Niet alleen eeuwig zonde, maar ook peperduur:

In een andere variant loopt de brug zelfs met een draai dwars door de Eschpolder, waardoor het gedaan is met de rust in de hele oase.
De roep om een tunnel – toch al de wens van de meeste Rotterdammers – neemt logischerwijs weer toe. Onder meer PvdA-GroenLinks, Volt, SP, JOU en Partij voor de Dieren pleiten er deze verkiezingen opnieuw voor. De participatie verloopt uiterst moeizaam. Intussen organiseren stadsbewoners en (landelijke) natuurorganisaties zich om de Eschpolder te verdedigen.
Bedenk: het definitief ontwerp is er op zijn vroegst in 2029. Pas als dat ontwerp er is, kun je de ‘sloopvergunning’ van natuurgebied Eschpolder aanvragen. Pas in 2029 gaat de teller lopen voor juridische procedures. De Eschpolder is juridisch een dubbel bepantserd bastion: beschermd natuurgebied mét Rijksmonumenten. Die duurden bij de Betuwelijn een jaar of tien, bij de snelwegverbreding bij Amelisweerd nu al twintig jaar. Zelfs als het hier in zeg zeven jaar lukt, is het 2036 voor de bouw kan beginnen. Als de brug dan niet al afgeblazen is.
In beide gevallen heeft Rotterdam een probleem. Want er komen intussen tienduizenden nieuwbouwwoningen bij (ook in Capelle aan den IJssel). Al die mensen moeten de rivier kunnen oversteken naar werk, winkel, woning – en de Nieuwe Maas is weliswaar steeds schoner, maar zwemmen is geen optie.
Terecht heeft de gemeenteraad dit project officieel aangemerkt als ‘risicovol project’. Ook pleitten partijen verschillende partijen middels een motie van Volt om de tunnelvariant op zijn minst te onderzoeken. Terecht. Maar het huidige college wilde daar niet in mee.
Het taboe op vergelijkend onderzoek naar een tunnel verraadt onzekerheid. Als je immers zo zeker weet dat ‘jouw’ brug het beste is voor de stad, waarom durf je de vergelijking dan niet aan?
Los daarvan: het is onverantwoord om bij zo’n risicovol miljardenproject een plan B niet eens te wíllen onderzoeken. Rotterdam stevent zo af op een aangekondigd verkeersinfarct.
Een open blik baat iedereen en schaadt niemand. Nu al is duidelijk dat een OV-tunnel goedkoper kan dan de brug en eerder klaar kan zijn. Want je hoeft dan niet het oudste landschap én de laatste wildernis van Rotterdam weg te baggeren. Je geeft de lokale democratie de broodnodige boost. Een tunnel schept ruimte voor duizenden éxtra woningen.
Om geen tijd, geen bouwruimte en geen natuurgebied te verliezen, moet Rotterdam nú alsnog onderzoek opstarten naar een OV-tunnelverbinding. Hierbij alvast tien argumenten voor de betaalbare tunnel.
1. Bijna heel Rotterdam wil een tunnel
Rotterdamse kiezers hebben massaal voor een tunnel gestemd. De tunnel staat in álle verkiezingsprogramma’s van de huidige coalitiepartijen: lees maar terug bij Denk, bij D66, bij Leefbaar. Het verkiezingsprogramma van de VVD is offline gehaald. Maar het internet vergeet niet: ook de VVD pleit voor een tunnel, met uitstekende argumenten trouwens. Zo heeft een metrotunnel volgens de VVD minder impact op de omgeving. En je spreidt druk op de huizenmarkt. En is veel efficiënter dan auto’s. Lees maar:

Kortom: een tunnel is niet een wens van de oppositie, of van omwonenden die geen auto’s met herrie en fijnstof langs hun balkon willen – hoe begrijpelijk trouwens – maar van vrijwel alle Rotterdammers.
En die wens steekt dieper dan verkiezingsretoriek. Zie bijvoorbeeld de vrijwel unanieme conclusie in het rapport van het zogeheten Omgevingsberaad. Die luidde vrij vertaald: een OV-tunnel is het beste voor Rotterdam. Indien metrotunnel op korte termijn te duur is; bouw dan een tramtunnel (die later is om te bouwen tot metro). Maar in elk geval geen brug.
Dit advies kwam dus van betrokken burgers, bedrijven en belanghebbenden die zich vier jaar lang in de materie verdiepten en álle belangen hebben afwogen. En ze wezen de brug niet zomaar weg: die beschadigt de stad, de scheepvaart en de natuur.

2. Zo’n megabrug splijt de stad als een Berlijnse muur
Rotterdam is goed in bruggen bouwen. Een goede brug staat of valt met de locatie. De Erasmusbrug was bijvoorbeeld om allerlei redenen een briljante zet. Op andere plaatsen liggen bruggen juist in de weg van de bloei van de stad. Daarom hebben we bijvoorbeeld de spoorbrug gesloopt en vervangen door een spoortunnel (1993). Waardoor we gigantisch veel ruimte vrijspeelden. Bijvoorbeeld voor de Markthal, nu de populairste attractie van Rotterdam.
Kortom: het hangt van de locatie af. En één blik op de kaart leert: de bocht bij de Esch is om minstens drie redenen een rotbocht voor een brug.
De Nieuwe Maas is hier namelijk op haar breedst én maakt hier haar scherpste bocht. Leg er maar een geodriehoek naast: een knik van zo’n negentig graden. Met bovendien sterke dwarsstroming. Schepen zwaaien hier als zware winkelwagentjes door de bocht. Dat betekent dat brugpeilers veel verder uit elkaar moeten staan dan bij de stadsbruggen, wil je geen ongelukken krijgen. Ook de brugopening – de klep voor grote schepen – moet extra breed. Waardoor je extra land moet vernietigen om genoeg ruimte te creëren.
Civiel-technisch betekent dit kort door de bocht: hier past alleen een megabrug. Concreet: met een lengte van tussen de 1 en 1.5 kilometer. Dan heb je het niet meer over een stadsbrug, maar over een sta-in-de-weg van de stedenbouw. Een blokkeerbrug.
De contouren van dat monstrum worden nu duidelijk.
De contouren van dat monstrum worden nu duidelijk. Een brug van ruim een kilometer lang en veel hoger dan de Erasmusbrug. Het uitgangspunt voor de nautiek is een vrije doorvaarhoogte van minimaal 15.56 meter boven NAP. Dat is ruim drie meter hoger dan de Erasmusbrug. Met een doorvaarbreedte van 320 meter + basculebrug van 60 meter + pijlers kom je dan op 400 meter, nog zonder de op- en afrit.
Voor prettig fietsen geldt bij zulke hoogteverschillen idealiter een hellingshoek van maximaal ca. 2 procent, aldus de richtlijnen voor fietsverkeer. Dan zou de brug ruim anderhalve kilometer lang worden. Maak je de brug korter dus steiler, zeg 1250 meter lang, dan moeten fietsers vaak afstappen. Maar te voet verder is ook niet ideaal. Zelfs over die kortere brug van 1250 meter doe je wandelend een kwartier.
Aan de zuidzijde moet de brug ook nog een goederenspoor oversteken. Hoe dan ook zit je met lange afritten die honderden meters ver landinwaarts pas de grond raken. Muren door de stad.
Aan beide oevers heb je honderden meters lange afritten die als een 40 meter brede betonnen kloof door de woonwijken lopen. Zelfs als de brug eenmaal is aangeland – diep landinwaarts – splijt het de wijken met die drukke auto- en tramweg.
‘Stadsbrug’ is een eufemisme voor een stedenbouwkundige blokkade.
Een tunnel heeft die nadelen veel minder. Die ligt immers grotendeels stil en buiten zicht. En je kunt er huizen op bouwen. Daarom wildetout Rotterdam nu juist een tunnel.
Lees het maar na: de metro staat zélfs in het huidige college-akkoord van VVD, Leefbaar, Denk en D66.
3. De ‘Karremansbrug’ was een overhaast besluit, verkocht met onjuistheden
Wacht even: het húidige college tekende in het coalitieakkoord voor een metrotunnel? Ja, precies. En letterlijk geen vier maanden na die handtekening, koos de wethouder een autobrug. Hoe dat kon gebeuren is voer voor onderzoeksjournalisten. Vast staat: in drie maanden ging vanwege een ondoordachte actie jaren van belangen afwegen de goot in. De onvrede daarover is niet weg.
Het ging zo. Het Omgevingsberaad – die raad met burgers, bedrijven, binnenvaartschippers, RET, havenmeester et cetera – had na vier jaar de conclusie getrokken: het publieke belang van Rotterdam is hier het beste gediend met een OV-tunnel. Dat kan een metro zijn of tram. Maar dus geen brug.

Het rapport ging al bijna naar de printer, toen toenmalig wethouder Vincent Karremans die participatie de bocht af sneed. Hij stapte naar de pers – nota bene: niet naar de gemeenteraad – en kondigde aan: het college kiest voor een autobrug.
De betrokken burgers en bedrijven moesten in de krant lezen dat hun advies ongelezen de prullenbak in ging. Rotterdam was verbijsterd en reageerde verbouwereerd, schreven de kranten, op de 180 graden draai naar de brug die niemand wil.
Zelfs de jongerentak van de VVD was onthutst over de verbroken belofte aan de burger. ‘Argumenten dat een tunnel te duur is, zijn kortzichtig,’ aldus de JOVD-voorzitter. ‘Een tunnel blijft misschien wel honderd jaar liggen. Als we nu investeren hebben we daar de rest van ons leven plezier van.’
De wethouder bood excuses aan en beloofde verbetering. Het tegendeel kwam. Hij verkocht zijn autoverbinding met onjuistheden. Hij beweerde dat een tunnel geen optie was want onbetaalbaar. ‘Het is een brug of niets’.
De werkelijkheid is andersom: een tunnel is even duur of juist (veel) goedkoper dan een autobrug. Aldus bijvoorbeeld het advies van de MIRT-verkenning Oeververbinding regio Rotterdam. Dat erkende ook de wethouder later. Hij deed alleen steeds of de goedkope OV-tunnel niet bestond.
Hier moet je goed opletten. Een metrotunnel is op korte termijn duur maar op lange termijn goedkoper. Dus soit, je zou kunnen zeggen: Rotterdam heeft er nu geen geld voor, die optie valt af. Dan kom je dus bij de next best: een tramtunnel met fiets- en voetgangersverbinding. Die is in blote bouwkosten ongeveer even duur als een brug. En vermoedelijk véél goedkoper. Omdat je met een tunnel minder bijkomende kosten hebt (natuur afgraven, bestaande huizen slopen, aanpassen scheepvaart et cetera).
De wethouder negeerde de betaalbare tunnel. Hij noemde steeds alleen naar de metro en overdreef de kosten daarvan met financiële bangmakerij. Een tunnel zou wel zes miljard zou kosten, zei hij tijdens een uitzending van een politieke podcast in Arminius. (Ter vergelijking: zelfs de dramatische Noord-Zuid-lijn in Amsterdam kostte de helft daarvan.)
Andersom deed hij over de brug goedkoop was, ook qua indirecte kosten. Hij beweerde bijvoorbeeld ten onrechte dat de Eschpolder juist grotendeels intact zou blijven, slechts maximaal 25 %, wellicht zelfs nog minder zou sneuvelen. (‘Polder de Esch verdwijnt niet, de natuur blijft juist intact,‘ noteerde de Havenloods)
De wethouder beweerde bovendien ten onrechte dat hij alleen geld kon krijgen bij VVD-minister Harbers voor een brug waar ook auto’s overheen konden. Met als doel om de Van Brienenoord-corridor te ontlasten: alleen dan zou het rijk meebetalen. Die afspraak staat echter nergens op papier.
Democratisch besloten? Nou, dat weten we niet.
Dus als het niet om het geld gaat: wat is dán de reden voor een brug? Ik vroeg het destijds aan de wethouder. Hij erkende dat die tramoptie er ook nog was. ‘We kiezen voor een brug omdat een tunnel geen mogelijkheid biedt voor een autoverbinding.’
Kortom: terwijl het college wist dat de OV-tunnel minstens zo betaalbaar was, koos het een prestigieuze autobrug. Een meerderheid van de raad stemde er mee, pro-auto partijen domineerden nu eenmaal de raad: VVD, Leefbaar en Denk.
Democratisch besloten toch? Nou, dat weten we niet. Want dit gebeurde tijdens een deels geheime vergadering. ‘Pers, publiek en zelfs de bodes moesten de zaal verlaten. […] Moties die werden ingediend tijdens dit besloten deel, worden ook niet openbaar.’
Die gesloten deuren zijn uitzonderlijk. Normaliter krijg je dan in elk geval de reden te weten. Tijdens dat geheime deel is het belangrijkste onderwerp besproken is: wie gaat het betalen, ook als het duurder wordt.
Kortom: het plan voor de autobrug is er doorheen gesjoemeld, tegen kiezerswens in en grotendeels achter gesloten deuren. Een wankele basis voor een risicovol miljardenproject.
Zelfs autoliefhebbers hebben trouwens weinig aan de brug: want auto’s zullen juist van de brug worden geweerd. Hulpdiensten kunnen ook via een tramtunnel. En een brug doet vrijwel niets aan de filedruk van de Van Brienenoord, zorgt juist voor extra verkeershinder, blijkt uit onderzoek.
Wat overblijft is één argument voor een brug: het zou prestige moeten opleveren. Karremans zelf zette zichzelf high-fivend met de D66-wethouder op social media toen het voorkeursbesluit er lag.
Maar zullen generaties na ons het prestigieus vinden dat Rotterdam ver in de 21 eeuw nog een van zijn laatste natuurgebieden vernietigde, in ruil voor een dure file?
4. Autoluw is echt flauwekul
Okay, dus het moest per se een autobrug worden, want alleen dan zou het rijk meebetalen. Maar volgens hetzelfde college zou die autobrug wel ‘autoluw’ worden. De wethouder had het over vijf procent van het verkeer van de Van Brienenoord: dat zijn 12.000 auto’s per dag. Het rapport met beslis-informatie stelt: 15.000 auto’s er dag. Dat is elke zes seconden vrrroem of zzzoef langs je balkon, dag en nacht. Het kunnen in de toekomst evengoed 30.000 auto’s zijn. Want er komen toch tienduizenden woningen bij. En over de Erasmusbrug gaan nu 35.000 auto’s – en die ligt niet eens naast Van Brienenoordbrug, met liefst een kwart miljoen auto’s per dag de drukste autobrug van Europa.
De waarheid: men heeft na jaren studie nog steeds geen benul hoe het sluipverkeer af te remmen. Als je er een autoverbinding aanlegt vlak naast een dagelijkse megafile, dan kun je als ontwerper eigenlijk maar twee dingen doen:
Optie 1: je blokkeert de nieuwe brug met tolpoortjes of slagbomen. Dan maak je je eigen nieuwe brug onklaar.
Logistiek vrij nutteloos maar leuk voor straatraces
Optie 2: je laat heel beperkt auto’s toe door de brug alleen aan te takken op hyperlokaal verkeer. Je gaat auto’s pesten. Dat is technisch mogelijk. Dan heb je dus die gigantische – en dus dure – brug die er per se moest komen vanwege auto’s, waar auto’s van worden geweerd. En wat resteert wordt een soort gesloten racecircuit over de rivier van Veranda naar Esch en terug. Logistiek vrij nutteloos maar leuk voor straatraces. Waar die wijken al zoveel last van hadden.
Dat laatste is waar het huidige college op aanstuurt.
Goed, stel nu dat je daarmee wel die max van 10.000 auto’s haalt: dan nog heb je het over miljoenen auto’s per jaar door woonwijken, inclusief herrie en fijnstof. Dag en nacht, continue: elke 9 seconden een auto voorbij je balkon of dwars door het (wijlen) natuurgebied.
Kortom, dat ‘autoluw’ is in goed Rotterdams: dom gelul.
5. Een brug vernietigt ruimte, een tunnel maakt woningen mogelijk
Tunnels zijn slagaders: je ziet ze niet maar ze maken bruisend stadsleven mogelijk. Véél meer mensen steken in de stad de Nieuwe maas over via tunnels dan via de stadsbruggen. Behalve de iconische Maastunnel, ook de metrotunnel en de treintunnel. Die drie stadstunnels brengen in Rotterdam dagelijks ruim 100.000 mensen naar werk, winkel of woning.
De huidige VVD-wethouder herhaalde laatst weer dat mantra: ‘Een brug maakt duizenden woningen mogelijk’. Hoe dan? Voor huizen heb je toch echt ruimte nodig om te bouwen. Wat doet een brug, zeker zo’n gigantische? Die neemt schaarse bouwruimte juist in beslag. Die slóópt zelfs bestaande huizen.
Stel je het maar eens concreet voor: die brug is minimaal 1200 meter lang. Laten we zeggen dat de helft over land gaat: 600 meter. De breedte: minimaal 40. Je kunt er niet pal tegenaan bouwen. Dus je neemt wat marge: een strook van 600 x 50 meter waar je niets meer mee kunt. bestaande woontorens moeten wellicht zelfs gesloopt.
Laten we zeggen: de brug pakt minimaal vijf voetbalvelden. Maar tel daar gerust nog eens vijf voetbalvelden bij op. Want de megabrug vernietigt ook natuurgebied de Eschpolder. Dat gebied moet elders gecompenseerd. Minimaal zes hectare, vermoedelijk veel meer.
Kortom: tunnels ontsluiten steden, bruggen blokkeren woningbouw. Niet voor niets pleitte het offline gehaalde VVD-programma voor ‘dubbel grondgebruik’: tunnels dus.
6. Een tunnel is (veel) goedkoper dan een brug
Lees het onafhankelijke rapport van de Commissie Milieueffectrapportage: de totale kosten voor tunnel-alternatieven kunnen ‘lager zijn dan voor een brug’. Je hoeft er ook minder voor weg te slopen en te compenseren. Tunnels zijn snel en goedkoop aangelegd. Een afgezonken tramtunnel is zelfs goedkoper dan een brug. Maar ook metrotunnels zijn niet onbetaalbaar. Metrotunnels zijn op korte termijn prijzig, maar gaan lang mee: zelfs metro’s zijn dus relatief spotgoedkoop. Kijk bovendien naar de brede ‘businesscase’. De metro spreid de druk op de woningmarkt. Mensen kunnen verder wonen en toch op tijd op hun werk zijn. Zo maak je van de hele metropool een magneet.
Er is bovendien al geld voor. Het geldpotje dat Karremans lospeuterde om de Van Brienenoord te ontlasten kan er gewoon voor ingezet worden – nergens staat dat het per se via auto’s moet.
Er bestaat risico op ‘grote vertraging voor het project’, aldus de voortgangsrapportage
Een brug is bovendien jaren later klaar. Wie een giga autobrug dwars door natuur en woonwijk bouwt, stuit logischerwijs op meer rechtszaken. Dit alles kan leiden tot ‘grote vertraging voor het project’, aldus de voortgangsrapportage. Als het niet gecanceld wordt, trouwens. Want juridisch gezien is de Eschpolder driedubbel beschermd gebied.
7. De Eschpolder is juridisch een schier onneembaar fort
De Eschpolder is sinds 1980 beschermd natuurgebied en sinds 1990 ook onderdeel van de ecologische hoofdstructuur, nu NNN. Die status geldt ook voor het boerenland. Dat betekent: het is verboden dit gebied aan te tasten. De Eschpolder vormt samen met het naastgelegen Eiland van Brienenoord het enige NNN-gebied in de stad:

Je kunt weliswaar zelfs voor NNN-gebieden een sloopvergunning aanvragen. Daar is maar één uitzondering voor: als een project een groot publiek belang dient waar bovendien geen alternatief voor is. Dat publieke belang is hier duidelijk: mensen moeten straks naar de overkant van de rivier kunnen. Maar er is ook een alternatief: de goedkopere OV-tunnel die het Omgevingsberaad adviseerde. Waarvan vriend en vijand erkent dat die betaalbaar zo niet goedkoper kan. Die het college echter negeerde omdat een autobrug meer prestige zou brengen. Het alternatief is niet eens onderzocht.
Welke rechter zal hierin mee gaan?
Dan zijn er nog de twee monumentale boerderijen in de polder. Het zijn Rijksmonumenten. Dat betekent dat ze niet gesloopt en ook niet verplaatst mogen worden. In praktijk gebeurt dat ook zelden tot nooit. De zeldzame uitzonderingen beloven weinig goeds voor wie denkt dat de brug er komt. Bij de aanleg van de Betuwelijn zijn er inderdaad monumentale boerderijen verplaatst c.q. gesloopt. De onteigeningen zorgden voor massale demonstraties met demonstranten uit het hele land en veldslagen tussen ME en actievoerders. Die procedures kostten tien jaar.
Om te zwijgen over de kosten gemoeid met uitkopen van de particuliere huizen of de peperdure Boskalis-locatie. Of de nieuwe Europese natuurwetgeving die het afsnijden van rivierbochten verbiedt.
Recent hebben zes doodgewone platanen naast Rotterdam Centraal voor drie jaar vertraging gezorgd van een bouwproject (voor een toren genaamd Treehouse). Reken maar uit hoeveel jaren de vernietiging van een beschermd natuurgebied met Rijksmonumenten aan vertraging kost – als het al doorgaat.
Conclusie: de Eschpolder zal een Rotterdams Amelisweerd worden.
8. Natuurcompensatie is flauwekul
Dit is geen louter juridische kwestie. Het gaat over respect voor de generaties voor ons en na ons.
Generaties voor ons: in de jaren zeventig en tachtig streden Rotterdammers voor behoud van de Esch. Uiteindelijk lukte het om er een officieel beschermd natuurgebied van te maken. Ze zeiden: de rest van de stad mag dan onder beton liggen, de haven heeft de hele rivieroever – behalve dit laatste snippertje natuur. Dat verklaren we heilig. In de middeleeuwen was deze rivierbocht bij de Eschpolder al heilig, een bedevaartsoord. Dat is die bocht nog steeds. Zelfs de paden zijn er niet verhard, de enige plek in de stad.
Generaties na ons: hoe leg je aan de kleinkinderen uit dat je niets deed toen Rotterdam zijn laatste snipper beschermde natuur vogelvrij verklaarde?
Want inderdaad: samen met het eiland Van Brienenoord is de Esch het enige beschermde natuurgebied in de stad. Elke vierkante meter die je hier vernietigt is werkelijk schandalig.
We slopen uw geliefde rozentuin maar hier is een bon voor een bos bloemen.
Op snikhete dagen zie je een rode hittekaart met enkel de Eschpolder groen. Ook is dit een van de weinige plaatsen waar mens en dier rust vinden. Mentaal is het voor velen een kuuroord.
‘Geen zorgen, gaan we compenseren’ – zeggen sommigen. Dat zei men ook toen vogeleiland De Beer vernietigd werd voor de Europoort. Of toen de Maasvlakte werd aangelegd in natuurgebied. Of welk ander project waarbij compensatie werd beloofd: er komt altijd slechts schaamgroen voor terug. Wie het woord compenseren leest, moet weten dat het dit betekent: ‘We slopen uw geliefde rozentuin maar hier is een bon voor een bos bloemen’.
Bovendien: zelf als je het zou willen kún je de Eschpolder helemaal niet compenseren. Neem alleen al de Nesserdijk: het oudste nog functionerende bouwwerk van de stad, twee eeuwen ouder dan de Laurenskerk. Hoe ‘compenseer’ je die? Waar haal je eeuwen geschiedenis vandaan?

Of neem die twee eeuwenoude moerbeibomen, mogelijk de oudste bomen van Rotterdam – hoe ‘compenseer’ je die? Door een vers sprietje in de grond te prikken?
Hoe compenseer je een zeventig jaar oud moerasbos van wilgen en elzen? het kan hoor, maar het duurt zeventig jaar: dan leven de meesten van ons niet meer.
Wat nooit meer terug groeit is de middeleeuwse Eschpolder: het oudste landschap van Rotterdam. Een tijdscapsule. Alleen hier is de dertiende eeuwse zeedijk – aangelegd door gravin Aleid van Holland – nog intact. Zo zag het middeleeuwse Rotterdam er vlak buiten de stadspoorten uit. De Eschpolder is een Rotterdams icoon. Zoals de Laurenskerk. De Hef.
Zo’n familie-erfstuk kun je niet compenseren. Alleen koesteren — of verliezen.
9. Een brug sloopt het héle natuurgebied
Bekijk dit gebied niet vanaf de kaart. Denk ook niet in aantallen hectaren meer of minder. Natuur bleef je met zintuigen. Fluitende vogels, klotsend water op strand, rust aan je hoofd in een stad die elders vaak als een klopboor tegen je slapen beukt.
Dat is de essentie van de Esch: rust voor mens en dier.
Met die rust is het gedaan als er straks jaarlijks miljoenen auto’s en tienduizenden trams doorheen rijden. Iedere brugvariant sloopt dus de essentie van de Eschpolder. Het onbelemmerd uitzicht, de mentale weldaad, de stilte. Hoeveel hectare er precies verdwijnt, doet er niet eens toe.
Denken in ‘hectaren te amoveren natuur’ is alsof iemand een gettoblaster met teringherrie in je woonkamer zet, en zegt: ‘er blijft nog genoeg vierkante meter over waar geen gettoblaster staat!’
De voorgestelde amputatie betreft bovendien juist het meest waardevolle deel. Een stiltegebied waar geen wandelaars komen, alleen wat schapen. En de dertiende eeuwse dijk, het pronkstuk de Rozenhof. De Eschpolder zou echt zijn onthoofd.

In één variant die in deze studiefase nader is uitgewerkt wordt liefst de helft geamputeerd: inclusief de ijsvogelplas.
In een andere, de zogeheten ‘eiland-variant’ verdwijnt ook de helft. Die variant is technisch vrijwel onmogelijk (of je moet woonflats slopen). Die variant bestaat vermoedelijk om goede sier te maken: ‘we proberen heus het erfgoed te redden’ .
Intussen stuurt het projectteam aan op de autobrug die met een soort slingerende draai dwars door het gebied gaat. Die draai is nodig om de brugaanlanding nautisch veilig te maken. Maar het betekent dat de impact van de brug qua herrie en zicht juist veel groter is: de brug gaat dan niet langs maar dwars door het natuurgebied.
Voor alledrie de plannen geldt dus: je vernietigt de essentie van de Esch.
Je vernietigt ook de definitie van ‘beschermde natuur’: als je dit sloopt is álles vogelvrij.
Je vernietigt het imago van Rotterdam: de stad zijn die in tijden van hittestress en klimaatverandering zelfs zijn laatste natuurgebied amputeert voor de haven en voor een autobrug.
En nee, wat extra bomen er bij planten op het Hofplein, of wat extra getijdenatuur rondom de brug ter ‘compensatie’: het is niet eens de glimp van een excuus; het voelt als een middelvinger.
10. Het participatietraject is een blijft een ramp
De gemeente pompt veel geld in reclame voor de brug die niemand wilde. Met billboardcampagnes, een dure huisstijl en logo, ingehuurde fulltime communicatie-consultants en reclamebureaus. Inmiddels al minstens vele tonnen euro’s om de hearts and minds te winnen middels communicatie.
Begrijpelijk, die reclame: burgers zijn niet vanzelf enthousiast. Die stemden namelijk massaal voor een OV-tunnel.
Al die communicatie verraadt de onzekerheid achter dit risicoproject.
Recent publiceerde de gemeente bijvoorbeeld een onderzoekje van een reclamebureau waaruit zou blijken dat de meeste Rotterdammers de brug willen. In de enquete kwam de optie tunnel niet eens voor.
Wat Rotterdammers echt vinden, zag je bij de verkiezingen. Maar je leest het nog steeds, bijvoorbeeld onder een recente Facebook-post van de gemeente. Die vroeg: wat vindt u van de nieuwe stadsbrug? Het regende reacties als: ‘Pleurt op’ en ‘lazer op met je brug’ en variaties er op. Letterlijk nul enthousiasme.
Ernstiger: je las reacties als ‘Mijn vertrouwen in de politiek ben ik kwijt’ en ‘En je dan afvragen waarom de opkomst bij de verkiezingen zo laag is.’ Inderdaad: wil je weten waarom Rotterdammers cynisch zijn over de brug, kijk naar dit project.
‘Mijn vertrouwen in de politiek ben ik kwijt’
Burgers kozen een tunnel maar kregen een brug. Het participatietraject ging in de prullenbak. De wethouder beloofde beterschap, maar die kwam niet. Zolang dat vertrouwen niet wordt hersteld, blijft de participatie kosmetisch. Die schade kan enkel worden hersteld door alsnog het rapport van het Omgevingsberaad serieus te nemen. Bijvoorbeeld door het tunnelalternatief te onderzoeken of daar in elk geval iets van budget voor vrij te maken. Verzoeken daartoe kregen nul op het rekest.
‘Het ligt toch al vast’, denken burgers nu en haken massaal af. Geef ze eens ongelijk?
De communicatie doet voorkomen alsof de brug vast ligt. Terwijl het bouwbesluit pas in 2029 volgt en de tunnel nota bene verkiezingsthema is. De herhaalde suggestie dat de brug er definitief komt – in billboardcampagnes, persberichten, websites – ontmoedigt echte participatie.
De gemeente organiseerde ‘ambitie-ateliers’. Daar rollen teksten uit waar George Orwell trots op zou zijn.
Het vernietigen van polder de Esch heet er: ‘we […] creëren we ruimte voor natuur’.
Het vernietigen pardon ‘amoveren’ van ons laatste stukje middeleeuwse dijklandschap: ‘In Rotterdam is cultuurhistorie geen stilstaand gegeven, maar een levende kracht.’
Recent is de participatie opnieuw de pas afgesneden: het projectteam wilde een ‘ambitiedocument’ waarover het nog in gesprek was met bewoners, alvast doorsturen naar het Bestuurlijk Overleg (lees: de minister en andere mensen aan de knoppen), waardoor de toon alvast gezet zou zijn. ‘Wat heeft participatie dan nog voor zin?’, stelde bewonersorganisatie Cralingheroort in de nieuwsbrief.
Binnen het projectteam hebben ambtenaren echt buikpijn over die vernietiging van de Eschpolder. Ook veel stedebouwkundigen werken immers liever aan een tunnel die de stad niet zo beschadigt. Maar alleen al het woord ‘tunnel’ lijkt getaboeïseerd. Nieuwsgierigheid naar alternatieven wordt geblokkeerd.
In 2023 stemde de gemeenteraad bijvoorbeeld voor een motie van Volt om te onderzoeken hoe de Eschpolder-natuur gespaard kon worden. Die ‘hackathon’ moest er dan wel ‘zo snel mogelijk’ komen, anders lag alles al vast. Maar die hackathon kwam er pas na drie jaar – mosterd na de maaltijd. Deelnemers kregen drie opties voorgeschoteld; in alledrie zou de Eschpolder deels worden afgegraven. Betrokken bewoners die de materie tot in hun duimen kenden werden er weggehouden.
Ook tekenend: er verscheen studie na studie over de nautische inpassing van een brug. Maar nul over de natuur. Luxejachtbouwers als Oceanco hadden meer inspraak dan bewoners. Natuurorganisaties zijn er niet bij betrokken. De haven bepaalde de breedte van de brug; het natuurgebied was wisselgeld.
Illustratief voor de onverschillige omgang: pas nadát het projectteam concludeerde dat de vernietiging van de Eschpolder noodzakelijk was, startte het een onderzoek op naar natuur en erfgoed. Ongekend. Die rapporten zijn op dit moment (begin maart 2026) nog steeds niet klaar. Die omgang met erfgoed en natuur is ongekend onverschillig: alsof je dozen in de vuilcontainer kiept en daarná gaat uitzoeken wat er eigenlijk in zat.
Conclusie: een zelfverzekerd Rotterdam durft de vergelijking aan
Men zegt dat de Eiffeltoren nooit zou zijn gebouwd als er geluisterd was naar de kritiek. Maar die redenering kun je niet omdraaien. Zo van: ‘ik krijg kritiek, dús ik bouw iets iconisch.’
En ja: op de iconische Erasmusbrug volgde destijds wat gesputter, maar al gauw sloot iedereen de brug in de armen. Nu? De kritiek is hardnekkig en grootschalig. Protesten met honderden actievoerders, woedende buurtbijeenkomsten, nakende rechtszaken. Begrijpelijk. Deze brug dreigt juist de stad te beschadigen. Dit plan dreigt juist een stadsicoon de nek om te draaien, de unieke Eschpolder.
Niet elk groots klinkend plan is visionair. Soms is het gewoon een vergissing.
Rotterdam wilde ooit de Laurenskerk grotendeels slopen – goddank luisterde men naar kritiek. Rotterdam wilde ooit een verkeersplein à la Kleinpolderplein op de plek van de Oude Haven – goddank luisterde men naar kritiek.
Wie is er bang voor een open geest?
Ook nu kan Rotterdam luisteren. Want er is tijd om de overhaaste actie te herstellen. De tunnel is beter voor de stad, beter voor de portemonnee, beter voor woonwijken, beter voor natuur, beter voor de democratie. En: een tunnel geeft minder kans op wéér een megalomaan echec. Er is nooit een eerlijke vergelijking geweest tussen autobrug en ov-tunnel. Rotterdam verdient een rematch. Of beter gezegd: Rotterdam verdient de wedstrijd die er nooit kwam.
Het taboe op alternatieven is niet alleen kwalijk vanuit democratisch oogpunt. Zelfs als je een brug wil, zul je vroeg of laat de rechter moeten overtuigen dat je de alternatieven serieus hebt onderzocht. Dat gebeurt tot dusver pertinent niet.
Het helpt als burgers nu stemmen op een partij die voor een OV-tunnel pleit (Onder meer PvdA-GroenLinks, Volt, SP, JOU en Partij voor de Dieren). Maar vergeet niet dat ook de college-partijen voor die tunnel hebben gepleit.
De steun voor de tunnel is breed en neemt toe naarmate de schade van de brug concreter wordt. Er is bovendien geld voor beschikbaar. Nergens staat dat het geld voor de brug niet evengoed besteed kan worden aan een tunnel, maar los daarvan: de wereld is veranderd, inmiddels komen er ook nieuwe geldpotten beschikbaar, zoals de NAVO-gelden voor vitale infrastructuur. In tunnels kun je immers schuilen, ze zijn schier onverwoestbaar en gaan een eeuw mee: nog een voordeel. Dat maakt zelfs de metro betaalbaar.
Niemand hoeft zich te schamen voor voortschrijdend inzicht: die is het teken van een ondernemende geest.
Er zijn inmiddels honderdduizenden euro’s geïnvesteerd in reclame voor een brug waar niemand om vroeg. En nul in onderzoek naar de tunnel die men wilde. Wie zelfvertrouwen heeft, is niet bang voor een open blik. Niet bang om fouten te herstellen. Doorgaan zonder alternatief betekent: jezelf vastketenen aan een nieuw echec. Het minste wat we kunnen doen is de tunnel alsnog serieus onderzoeken. Met als bekroning: een stad die straks niet vastloopt én behoud van een icoon.
